Herinnering aan long time ago
Het voelt zo gek. Papa is aan het avondmaal geweest. Hij stond ineens op en liep naar voren.
Bij onze eigen dominee gaat hij niet, maar ik hoorde ze zeggen dat dominee Koster heel anders preekt. Hij heet Koster en wij wonen aan de Kosterijweg. Hij is natuurlijk geen koster, maar dominee.
Ik ben blij, want nu weet ik zeker dat papa bekeerd is. Anders zou hij toch niet naar het avondmaal gaan? Of zou hij bij onze eigen dominee ook gaan als die beter preekte?
Onze eigen dominee is vaak ziek, vooral op zondag. Dan ziet hij tegen het preken op, zei mama. Hij moest een schop onder zijn kont hebben, net als zij vroeger.
Niet echt natuurlijk.
Toen we nog in Zeeland woonden, was mama vaak bang om naar de kerk te gaan. Ouderling Hoekman zei dan:
‘Als je niet gaat, kom ik je halen.’
Iemand als ouderling Hoekman kan dat zeggen. Hij is een vriend van papa en mama. Een vaderlijke vriend, zegt papa altijd. Mama schrijft brieven met hem en daar wordt ze helemaal blij van.
Maar goed, papa ging aan het avondmaal.
Ik ben blij, maar ik voel me nu ook zo alleen. Want nu gaan papa en mama allebei naar de hemel en ik niet. Ik ben nog onbekeerd.
Ik vind het avondmaal niks aan. Ze huilen allemaal en ze hebben zwarte kleren aan. Ik wil geen zwarte kleren aan. Ik wil nooit aan het avondmaal hoor.
Thuis is het na het avondmaal ook altijd zo raar. Dan gaan ze twijfelen of het wel goed was dat ze gegaan zijn.
Papa niet.
Mama wel.
En dan gaat ze weer huilen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten