Ik was 10 en...
We mochten absoluut niet bij die tuin komen. Maar we deden het toch. Toen zag hij ons. Hij begon te schelden en wilde ons pakken.
Maar ik wees en zei: ‘Er zat een haas tussen uw groenten. Die gingen we wegjagen.’
Hij geloofde me. Hij liep meteen door de moestuin om te kijken en kon natuurlijk geen haas vinden. Ik had het verzonnen.
Wij slopen weg. De anderen vonden het zo'n goeie goede mop. Ik ook wel. Maar nu heb ik er buikpijn van. Liegen is slecht. Iemand bedriegen ook.
Nu ben ik bang voor de kerk.
En nog banger voor God
Hij heeft alles gezien en gehoord.
Hij vertoornt zich schrikkelijk over de zonde.
Mijn zonde

Geen opmerkingen:
Een reactie posten