zaterdag 8 augustus 2026

Het Grote Pesten

Geschreven op: 16 april 2024

Als ik mijn dagboekstukjes lees, doe ik dat met een lach en een traan. Ik zie mezelf als de kleine observeerder, en dat is hoe ik mezelf nog steeds omschrijf. 

Vandaag laat ik mijn dagboek even met rust. 
Onder het plaatje lees je waarom.


Terughuiveren
Ik laat mijn dagboek vandaag even met rust omdat ik de sprong ga wagen van mijn dagboekstukjes van de lagere school naar het voortgezet onderwijs. Ik weet niet goed hoe ik dat moet doen. Het grote pesten doemt op. De meisjes uit mijn dorp waren de daders, en het gebeurde elke dag, in de bus. Er was niemand die me hielp. 

Vage herinneringen
In het boek "Memoires schrijven" [1] lees ik:

Je weet het verschil tussen vage herinneringen en scherpe herinneringen, en de vage blijven onvermeld of worden bestempeld tot twijfelachtig.

Ja, wat ik tot nog toe heb geschreven, waren vage herinneringen. Ik heb ze alleen omdat ik ze destijds in mijn dagboek opschreef. Twijfelachtig zijn ze niet, maar wel erg vanuit mij als kind, en wat begreep ik nou van de grote mensenwereld? 


Scherpe herinneringen
Wat ik nu wil schrijven, zijn scherpe herinneringen.

Sowieso zijn de scherpe herinneringen van groter belang, aangezien dat de herinneringen zijn die je hebt gekoesterd en die al je hele leven door je hoofd spoken. Tenzij je kijkt naar wat je echt hebt meegemaakt, zullen de diepere bedoelingen zich voorgoed aan je blikveld onttrekken. Je zult nooit de complexe waarheden boven tafel krijgen... dan mis je de bevrijding die het kan geven om je leven te onderzoeken.

Voorzichtig schrijven
Ik wil kijken naar wat ik echt heb meegemaakt. En er met voorzichtigheid over schrijven. Ik zal hun namen veranderen, omdat ik de mensen om hen heen, die hen herkennen, niet in verlegenheid wil brengen. Het schrijven van deze blog helpt me om ermee te beginnen. Morgen? Ja ik denk dat ik morgen begin. 

😎 Nee, ik vind het niet leuk om te schrijven over het pesten in de schoolbus. 


Tijd voor een herziening
Ik heb er ooit over geschreven en het deels verwerkt maar als ik dat nu terug lees en vergelijk met mijn dagboeken klopt het niet helemaal. Ik zat niet in de brugklas maar in het tweede jaar. Tijd voor een herziening van: Ik hunker naar een lach van U

---

[1] Memoires schrijven, Mary Karr
💬 Heb jij goede herineringen aan je middelbare school periode?

dinsdag 4 augustus 2026

Komt er oorlog?

Uit mijn dagboek

Ik ben zo vreselijk geschrokken op school. Ina T. zat naast me en zij vertelde dat er over de radio gekomen was dat er misschien een derde wereldoorlog komt. 

En dan die enge droom. Dat ik op de stoep liep en onze school lag aan het eind van de straat. Mar hoe hard ik ook liep, ik kwam niet vooruit. En toen begon klok van de Hervormde kerk te luiden, en stopte ik met ademen. Echt eng. Ik wilde wegrennen maar dat lukte niet. En toen zag ik de begraafplaats Daar stond een grote witte troon. Ik riep papa en mama maar er kwam geen geluid, helemaal alleen was ik. Gelukkig werd ik toen wakker.

Zou er echt een derde wereldoorlog komen? De sjah is gevlucht uit Iran en nu houden de Iranezen de Amerikaanse ambassade bezet. Ze hebben een heleboel Amerikanen gegijzeld en die mogen alleen vrij als Amerika de sjah terugbrengt naar Iran. Dat DOEN ze NIET. Ik hoop echt dat ons land niet hoeft te helpen. Amerika wilde de gijzelaars bevrijde, maar dat ging mis. 

Oorlog moet vreselijk zijn.

Papa en mama weten dat

Ik niet.

maandag 3 augustus 2026

Niet roken

Uit mijn dagboek

9 juli 1979

Oom Johan heeft longkanker. Toen hij bij ons was nam hij steeds pijnsillers in de keuken. Nu weten we waar de pijn vandaan komt. In het ziekenhuis toen kreeg hij een ruggeprik. Maar dat ging mis, want gelijk met die spuit kreeg hij een hersenbloeding en een hartstilstand. De dokter zei dat het niet lang meer zou duren. Zijn linkerkant is verlamd, maar hij kan zijn andere been en arm wel bewegen. Hij kan ons horen. Tante Martha moest bij hem blijven.


Ik was er ook een keer toen hij wakker was. Hij zei dat we ons moesten verstoppen voor de vliegtuigen en was heel bang. Hij riep: bukken,bukken, dus deden we het maar. Dat was eng. Hij zag er mager uit met van die grote ogen. Gelukkig is hij nu bekeerd, dat is fijn. Hij is niet van onze kerk maar een ouderling van onze kerk gelooft dat het echt is

6 oktober 1979

Mijn zus Ria heeft een baby gekregen. Hij heet Johnny. En wij hebben een hond gekocht, een Belgische herder. Hij heet Grompie. Oom Johan ligt op sterven. Mama gaat er heel vaak heen, met meester Hogchem in de eend. Hij brengt haar dan naar het Sint Antonia ziekenhuis in Rotterdam. Oom Johan was een kettingroker. Ik heb de foto's van zijn longen gezien en wil nooit nooit nooit roken

12 december 1979

Wat heeft het lang geduurd voordat ik weer schreef. Ik heb veel te vertellen. Oom Johan is op 2 november gestorven. Mama zei dat het een mooie begrafenis was. Het is zo erg voor Miranda en mijn neven. Ze missen hem. Alles is naar, ook in de wereld.

zondag 2 augustus 2026

Samen zingen bij het vuur

Geschreven in 2024

Jaap manoeuvreert nog een stuk hout op het vuur en ik maak een foto van de vlammen. Ze knetteren zo mooi. Er springen vonken omhoog en ik ruik het brandende hout. En opeens weet ik het weer.

Die ene zondagavond waarop we gingen zingen.

Ik vertel het aan Jaap.

Ik had er helemaal geen zin in. We waren ver van huis en hadden een stacaravan gehuurd. Maar mijn moeder wilde gaan, dus liepen we door het donker naar het gebouwtje.

Onderweg doken steeds meer mensen op. Schimmige figuren van wie ik de gezichten nog niet kon zien. Binnen wel. Ze zagen er vriendelijk uit.

We gingen rondom een vuurplaats zitten en kregen iets te drinken. Iedereen mocht een psalm of een lied opgeven. Ik rook het vuur, het hout.

Nog nooit had ik zoiets meegemaakt. Dat mensen gewoon bij elkaar kwamen om te zingen. Ik was verbaasd dat ook vrouwen met een broek aan een psalm opgaven. In mijn hoofd hoorde dat niet bij elkaar. Als je een broek droeg, ben je toch onbekeerd? En als je onbekeerd bent, ga je toch verloren? Waarom dan psalm opgeven?

En dan die andere liederen. Die kende ik alleen van de grammofoonplaten.

Midden in een lied stak iemand zijn hand omhoog. Ik keek naar hem en dacht: zij wil wat vragen. Maar niemand stopte met zingen. Even later ging zijn hand vanzelf weer omlaag.

Pas jaren later begreep ik het, Jaap... Die opgeheven hand hoorde bij het zingen. Het was een manier om God te prijzen.

De hele sfeer… het knapperende houtvuur, de schemerdonkere plek, de stralende gastvrouw en al die mensen samen… het was zo anders dan in de kerk. Het trok me. Het maakte me nieuwsgierig.

Toen het afgelopen was, liepen we terug onder een schitterende sterrenhemel. Mijn moeder had een lampje laten branden, zodat we de caravan konden herkennen.


“Weet je nog waar het was, die camping?” vraagt Jaap.
“Ik weet het nog,” zeg ik. “Bergzicht in Ommen. En die gastvrouw, Aly, kon zo mooi aquarelleren.”

vrijdag 31 juli 2026

Geit schijt

Ik vergeet steeds dat ik Kort Begrip moet leren. Dus doe ik het op zondagavond. Dat mag eigenlijk niet want het is een soort werken en op zondag mag je niet werken

Maar het gaat over God. Dus doe ik het toch. Leuke dingen leer ik vanzelf maar dingen die ik saai vind, blijven gewoon niet in mijn hoofd zitten. 


Ik had een 6 voor Kort begrip en dat vind het niet eerlijk van papa.

Als ik gerechtigvaardigheid schrijf, snapt hij toch wel dat ik rechtvaardigheid bedoel.
En genoegenheid lijkt toch heel erg op genoegdoening. Allebei genoeg.

Stomme woorden. Ik zeg het niet tegen papa hoor. Dat vind ik zielig. Ik ben niet echt boos op hem maar het is niet leuk dat hij ook mijn meester is. Niet alleen papa

Volgende keer kijk ik gewoon weer af. Dat vind ik eigenlijk ook niet leuk maar ik kan het wel goed. Gewoon het laatje een klein stukje open doen en dan het boekje erin leggen. Dan vergelijk ik alleen even of ik het goed heb.

Kort Begrip is saai.

Psalmversjes ook.

Gelukkig hoevenen die in klas zes niet meer. Ik vergat ze altijd dus ken ik ze eigenlijk nooit. Alleen stukjes eruit.

Nu  even Kort Begrip leren.

Hoe is het te verstaan dat gij door het geloof gerechtvaardigd zijt.

Gij.

Zijt.

Geit.

Schijt.

Zo kan ik het tenminste onthouden.

donderdag 30 juli 2026

Niet dopen op zondag

Als babies huilen bij het dopen, dat vind ik het leukst. Babies mogen niet op zondag gedoopt worden in Kootwijkerbroek. Papa zegt dat er anders een teveel mensen uit andere delen van het land hiernaar toe komen met de auto. Als je dat doet dan heilig je de sabbathdag niet. Stel dat je een ongeluk krijgt op zondag, dan laat je allerlei mensen voor je werken: de politie, de mensen in het ziekenhuis.

Bij ons in de kerk komt er een gezin lopens naar de kerk. De moeder is helemaal in het zwart, ook haar panties. Ze gaat ook aan het avondmaal, ze is echt bekeerd.

Dominee Wisse vind dat je ook naar de kerk mag fietsen. Dat heeft hij tegen mama gezegd en toen maakte hij bewegingen met zijn handen: of je nou zo doet - "lopen" - of zo - "fietsen" - dat maakt niets uit. Gelukkig wonen wij maar 5 minuten van de kerk vandaan en als de van Hoefjes voorbij komen wandelen, moeten wij ook ongeveer gaan. Dat is ons sein.

Ik ben op een zondag gedoopt door ds de Blois. In 's-Gravenpolder deden ze niet moeilijk over dopen op zondag. Ik heb er een casettebandje van. Zo jammer dat ik niet huil

Weet je wat ik stom vind? Op zondag mag ik niet eens rondje wandelen. Wel op tweede feestdagen. Mama zegt dat als wij dat wel doen, de mensen dan gaan kletsen hier in Kootwijkerbroek. Ik moet altijd maar het goede voorbeeld geven. 

woensdag 29 juli 2026

Zit de deur op slot? (3)

Herinneringen aan vroeger

Ik was net klaar met douchen en droogde me af. Toen hoorde ik stemmen. Boze stemmen. Iemand riep hard. Hij is binnen, dacht ik. Hij is echt binnen.

Meteen wist ik hoe het kwam. Ik had de achterdeur wel gecontroleerd, maar de balkondeuren niet. Het was mijn schuld. Voorzichtig keek ik om het hoekje van de douchedeur. 

Ik zag hem. Hij stond bij papa in zijn kamertje.
Mama stond te huilen boven aan de trap.

Ik vluchtte.

Ik ging via de slaapkamer van papa en mama het balkon op, langs het muurtje naar beneden en rende naar buurman Ratelband. Hij woont naast ons, op de hoek, en is politieman.

Ik belde aan. ‘U moet komen,’ zei ik. ‘U moet komen. Dvriend van mijn zus is binnengekomen over het balkon.’ Mijn hart bonsde in mijn keel. 

De buurman had zijn pak nog aan en liep meteen met mij mee naar ons huis. Hij ging via de trap naar boven. Toen werd C. meegenomen. Hij moest een nacht op het politiebureau blijven en kreeg een straatverbod. Hij mocht niet meer in onze straat komen.

Maar ik bleef aan de balkondeuren denken. Ik had ze niet gecontroleerd. Daarom was hij binnengekomen. Het was mijn schuld. Ik had beter moeten opletten. 

Niemand zei dat ik het goed had gedaan door de buurman te halen.

Ik heb het vast niet goed gedaan.

Ik ben een bangerd 

Het is mijn schuld dat hij binnen kwam

__

25 jaar geleden later hoorde ik ’s nachts iets tegen de grijze balkonspijlen van ons eigen huis tikken. Meteen was ik weer daar. Mijn hele lichaam kreeg kippenvel en schoot in de hoogste alarmstand. Ik had de balkondeur niet gecontroleerd... De angst was weer even net zo echt als vroeger.