vrijdag 25 september 2026

Je hebt zo’n kort reisje. Het kan elk ogenblik het einde zijn

 Geschreven tijdens mijn brainstorm-periode

"Het gaat toch wel goed met jou?" vroeg mijn man toen hij het boek [1] op de tafel zag liggen. Ik lachte een beetje en antwoordde snel: "Ja hoor, ik heb het gewoon nodig voor mijn onderzoek."

"Onze dierbare (oud)vaders wilden ons door hun geschriften naar de Schriften leiden, maar we gebruiken hun werken om weg te blijven van de Schriften. Desalniettemin is de Schrift alleen onze wijngaard waarin we allemaal moeten werken en zwoegen." Maarten Luther


Leven als stratenmakers?
Ik kocht deze prekenbundel omdat er stukjes in staan van een paar dominees die ik als kind hoorde. Ik herinner me slechts รฉรฉn ding van dominee W. en dat is dat hij zei dat God kinderen net als stratenmakers waren. Ze leefden vooruit, maar werkten achteruit, en dat beeld fascineerde me. Ik ben nog steeds op zoek naar de juiste versie van het citaat.

Naar aanleiding van Francs reactie: Het leven wordt achterstevoren begrepen, maar moet voorwaarts geleefd worden. Sรถren Kierkegaard, Deens filosoof 1813-1855.

De taal uit mijn jeugd
Nu lees ik de preek die ik als kind hoorde. In het begin vind ik het mooi, maar na een paar bladzijden knijp ik mijn ogen dicht en denk: o... wat erg. Het gaat over de wegen van Gods volk (de wedergeborenen) en vanuit daar wordt er naar God gekeken. "Weet u waar God op aan werkt in de bekering? God werkt in de allereerste plaats niet aan uw behoud, maar aan Zijn behoud. God moet aan Zijn eer komen."

Dit is de geestelijke taal waarin ik ben grootgebracht, en ik voel opnieuw een soort van moeheid in mijn lijf. Opgesloten zitten, niet weg kunnen komen.

๐Ÿ˜“ Mijn buik doet er pijn van. 


Die zwart zijn

Daarom zouden we zeggen, jongens en meisjes, jongelingen en jongedochters, ga er maar eens om vragen. Het is de moeite waard. Je hebt zo’n kort reisje. Het kan elk ogenblik het einde zijn. En nu roept Hij nog van de hemel. En Hij roept niet de mooisten, maar de slechtsen, Hij roept die zwart [2] zijn... Als u dat nu maar kan worden. Het is genade als u daar komt. Ach, de Heere mocht de wonderen van Zijn genade aan u en in u willen verheerlijken. 

Ik herinner, ik onderzoek
Als ik terugdenk aan mijn jeugd, voel ik me dubbel. Ik herinner me de dagdromen in de kerk en mijn toenemende betrokkenheid bij dingen die God verbood. Ik betreur het dat de dominee niet openlijk mensen uitnodigde om tot Jezus te komen om verlost te worden van hun zonden. Er was geen persoonlijke uitnodiging, het ontbrak aan de beloftes van Gods trouw en Zijn liefde voor degenen die tot Hem zouden komen; dat Hij ze nooit weg zou sturen.

Zou ik eerder tot geloof gekomen zijn als...
Zou ik eerder tot geloof zijn gekomen, als er wel zo'n uitnodiging was geweest in de prediking Misschien dan... maar ik had ten diepste geen interesse.  

๐Ÿ’™ En toch: ik hou van deze dominee uit mijn jeugd; hij is mijn oudere broeder in Christus. 

Ik vind het heel erg voor je
Nu kijk ik met medelijden naar het meisje van toen. Ik neem haar bij de hand en zeg dat ik het heel erg voor haar vind, dat ze Gods stem niet hoorde in de kerk. Ik laat haar zien dat het echt zo was: dat de preken gericht waren op de beleving van Gods volk in plaats van op het Evangelie van Jezus Christus. En ik wijs haar ook op het een wonder dat ze daar, in die kerk, toch tot de Heere Jezus vluchtte en dat Hij haar redde van de dood. Ik hoefde me niet op te poetsen voor God. Hij kwam, Hij zag en overwon mijn hart met Zijn liefde. 

Ik sluit het prekenboek. Dit is voor nu genoeg.

* ◄ ◊ ► ◄ ◊ ► ◄ ◊ ► ◄ ◊ ► ◄ ◊ ►*

5 mooie zinnen uit deze preek

  • (Gods) genade maakt geen grote mensen, maar genade maakt kleine mensen. Genade maakt niet opgeblazen, maar genade wekt verenedering
  • Weet u welke wapens de Kerk heeft? Het eerste wapen zijn de tranen en het tweede wapen is het gebed. En daarmee gaan ze een heilig geweld doen. Want God kan een wenend mens niet wegsturen maar gaat zich ontfermen over ellendigen.
  • Weet u waar de Kerk zich van beschuldigen moet: Ik praat zo dikwijls als ik zou moeten zwijgen. En ik zwijg zo dikwijls waar ik zou moeten spreken. 
  • Hoor eens wat de dichter zegt:'Hij weet wat maaskel we zijn, gedachtig dat wij stof zijn. Dan moet u niet denken dat u niet met een getrouwe God te doen heeft. U oet niet denken dat u niet met een lieve Borg te doen heeft. En u moet ook niet denken dat u met een onwillige Heilige Geest te doen heeft. 
  • In de wedergeboorte wordt er een overbrekelijke band met Christus gelegd.

[1] In liefelijke weiden

[2] Hij roept die "zwart" zijn: degenen die zichzelf als zwart van binnen zien, door de zonden. Het is geestelijk manier om naar de kleur zwart te kijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten