Uit mijn dagboek (1987)
Ik ben zo in de war van de preken van de dominee.
De dominee zei: "als je de Medicijnmeester ziet en als je het medicijn ziet, dan heb je het nog niet, dat ga je nog steeds verloren want dat is het middel niet toegepast. Met de Medicijnmeester bedoelde hij de Heere Jezus en met het medicijn het bloed van de Heere Jezus.
Ik ga er voor bidden:
"Heere Jezus, ik weet het echt niet meer. Wilt alstublieft mijn ongerechtheden vergeven en mijn zonden niet meer gedenken. Roept U me nog wel Heere? Ik hoor U stem niet meer. De dominee zei dat U Zich verschrikkelijk vertoornt over onze werkelijke en over onze aangeboren zonden en dat u ze zal straffen met tijdelijke en eeuwige straffen.
Ik heb nog geen Verlosser die Zich in mijn ziel geopenbaard heeft, want zien is nog geen hebben. Hoe moet het toch allemaal.
Straks moet ik weer naar de kerk Heer. Ik ben bang voor de kerk, altijd heb ik zo'n buikpijn onder de dienst. Ondersteun me toch in Uw kracht. Heere waar bent U toch? Ik geloof dat U er bent... dat staat in de Bijbel. De Bijbel getuigt van U.
Leer me geloven in U en breng me in het rechthuis. Nee Heere, toch maar niet want ik durf niet in dat rechthuis van U. Bekeer me.U bent toch een Held, die verlossen zal?"

Geen opmerkingen:
Een reactie posten