Uit mijn dagboek:
Dat ik maar van U was Heere. Leer me toch hoe ik een kind van U kan worden. O nee, dat mag ik niet vragen. Nou ben ik zondig bezig.... De dominee zei: de verloren zoon zei dat hij het niet waardig was om een zoon genaamd te worden en hij vroeg niet: maak mij tot een kind van U.
Heere doe me toch in het stof buigen.
Werp de afgod, die ik van mezelf maak toch neer, voorgoed.
Ik kom steeds meer vast te zitten en ik word steeds moedelozer.
Heere blijft toch dicht bij me.
Bescherm me voor zelfmoord.
Maak me een boeteling voor U. Heer en U weet het toch van vanmorgen in de kerk. Het lijkt of er alleen voor Uw kudde gepreekt wordt. Over hoe het gaat bij hen, als ze U leren kennen. En ik sta erbuiten. Ik zie hoe anderen voedel krijgen en ik kan er niet bij. Ik hoor er ook niet bij.
O als U nooit, nooit, nooit naar me om zou kijken dan is het mijn verdiende loon. Dat leer ik van de dominee. En dan moet ik zomaar huilen zonder dat ik aan het bidden ben. Leeghuilen...
Heere U kent mij toch? U kent mijn gedachten.
Neem me onder Uw vleugelen. Wees mij genadig

Geen opmerkingen:
Een reactie posten