Uit mijn dagboek
Ik heb koorts. Maar ik zeg het niet, want ik wil zo graag naar de kerk. De eerste weken dat de dominee er was, dacht ik dat mijn zin om naar de kerk te gaan wel weer weg zou gaan. Maar het is gebleven, zelfs toen het een keertje preeklezen was.
Wat ik eng vind, is dat de dominee alles van me lijkt te weten. Soms ben ik bang dat hij helderziend is. Dan zegt hij dingen op de preekstoel die ik van binnen voel, en dan krijg ik zo’n rood hoofd. Ik schaam me ervoor, dus vraag ik of de Heere wil maken dat ik niet ga blozen.
Hoe weet de dominee waar ik mee bezig ben? Vanbinnen ben ik zo verdrietig over hoe ik heb geleefd, en als de dominee zegt: "Lever toch je wapens in," dan wil ik dat direct doen, maar ik weet niet hoe. Hij zei ook dat iedere zonde een klap in Gods aangezicht is, een bliksemschicht naar de hemel.
Wat heb ik gedaan? Hoe zou zo’n machtige, heilige God vanuit Zijn heiligdom willen neerzien op een meisje zoals ik? Ik vraag of de Heere Jezus voor me wil bidden. Hij bidt toch altijd voor Zijn volk? Maar dat is het probleem, daar hoor ik niet bij dus bad ik gisteren: mag ik alstublieft bij Uw volk horen, Heere? Bekeer me toch, bekeer me toch zoals U al Uw volk bekeerd.
Nu is het tijd om naar de kerk te gaan. Ik weet wel dat de dominee niet helderziend is op een slechte manier. Ik ben niet dom ofzo, ik voelde me gewoon vreemd en schaamde me. Dus ik hoop dat ik niet ga blozen in de kerk.
Ik ga mijn rode jas ga verven. Ik ga hem zwart maken want ik wil zo graag bij Gods volk horen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten