maandag 31 augustus 2026

Het lijkt of U me verlaat als ik naar de kerk ga

Uit mijn dagboek (1987)

Waar bent U Heere? Het lijkt of U me verlaat als ik in de kerk ben. Ik krijg er zulke angstaanvallen. Dan zweet ik en dan krijg ik het verschrikkelijk benauwd en dan krijg ik zo'n buikpijn. Ik ben dan zo bang Heere, en het gebeurt elke dienst vooral bij onze eigen dominee. Het kan zo niet verder... maar ik moet naar de kerk. Dat wil ik want daar kan ik U vinden.

U hebt toch zelf gezegd: te Jeruzalem zult gij vertroosd worden en dat Jeruzalem is toch de gemeente der gelovigen? Dat zeggen de kanttekeningen. Of is dat niet waar? Is de kerk geen gemeente der gelovigen? Of wordt met Jeruzalem het echte Jeruzalem bedoeld. Waar is die gemeente dan wel? Heere neem toch die vreemde angst voor de kerk weg. 

Neem me aan als Uw kind.
Geef me ware overtuiging van mijn zonden.

De dominee zegt: 

De wet blijf eisen!

De eis blijf onveranderd.

U kunt alles maar doet niet alles

U bent vrijmachtig. 

Heere, ik weet het niet meer, ik ben zo moe, En alles is zo doods. Er is geen leven meer, ik zie het niet meer zitten. Help toch Heere. Hoe zou ik ooit bekeerd moeten worden. Hoe zal het de goddeloze vergaan, zei de dominee. U kunt alles, maar ik lig verloren. Ik heb nergens recht op en onze ongerechtheden zijn als een wegwerpelijk kleed. 

Trek me toch tot U

1 opmerking:

  1. Och Aritha... het is al zo lang geleden voor me (30 jaar ongeveer) dat het naar de achtergrond is gedreven, maar als ik je blogs zo terug lees, komt het allemaal weer terug. Inderdaad die angsten in de kerk, en dat in rondjes blijven denken, want je wílde er zo graag komen, maar hoe? Want de ene keer was het zó, en had je hoop, en een andere preek was dat weer helemaal weg. Ik werd er zo vreselijk onzeker van...
    Nu, 30 jaar later, vind ik het best bizar eigenlijk allemaal. Het is een zegen dat de meeste dingen 'slijten', in dit opzicht in elk geval wel. Voor mij voelt dat tenminste zo.

    BeantwoordenVerwijderen