Herinneringen aan vroeger
Ik was net klaar met douchen en droogde me af. Toen hoorde ik stemmen. Boze stemmen. Iemand riep hard. Hij is binnen, dacht ik. Hij is echt binnen.
Meteen wist ik hoe het kwam. Ik had de achterdeur wel gecontroleerd, maar de balkondeuren niet. Het was mijn schuld. Voorzichtig keek ik om het hoekje van de douchedeur.
Ik zag hem. Hij stond bij papa in zijn kamertje.Mama stond te huilen boven aan de trap.
Ik vluchtte.
Ik ging via de slaapkamer van papa en mama het balkon op, langs het muurtje naar beneden en rende naar buurman Ratelband. Hij woont naast ons, op de hoek, en is politieman.
Ik belde aan. ‘U moet komen,’ zei ik. ‘U moet komen. Dvriend van mijn zus is binnengekomen over het balkon.’ Mijn hart bonsde in mijn keel.
De buurman had zijn pak nog aan en liep meteen met mij mee naar ons huis. Hij ging via de trap naar boven. Toen werd C. meegenomen. Hij moest een nacht op het politiebureau blijven en kreeg een straatverbod. Hij mocht niet meer in onze straat komen.
Maar ik bleef aan de balkondeuren denken. Ik had ze niet gecontroleerd. Daarom was hij binnengekomen. Het was mijn schuld. Ik had beter moeten opletten.
Niemand zei dat ik het goed had gedaan door de buurman te halen.
Ik heb het vast niet goed gedaan.
Ik ben een bangerd
Het is mijn schuld dat hij binnen kwam
__
25 jaar geleden later hoorde ik ’s nachts iets tegen de grijze balkonspijlen van ons eigen huis tikken. Meteen was ik weer daar. Mijn hele lichaam kreeg kippenvel en schoot in de hoogste alarmstand. Ik had de balkondeur niet gecontroleerd... De angst was weer even net zo echt als vroeger.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten