Het onweerde verschrikkelijk dus ben ik beneden gaan slapen in de logeerkamer. Het duurde zo lang... Ik heb me nog nooit zo angstig gevoeld. God kwam om zijn recht. Ik voelde dat Hij het op mij voorzien had. Is Hij niet een Vader, waar is Zijn eer? Ik heb Hem niet geeerd. Hij is een vertoornd rechter. Ik heb alleen maar liggen smeken of Hij me wilde laten leven. “Bekeer me toch alstublieft tot u. U kunt toch alles. Vergeef toch dat ik nooit heb willen luisteren.”
Nu heb ik barstende hoofdpijn. Dat komt door het slaaptekort. Ik denk dat ik heel ver van God af ben. De Heere heeft Paulus stilgezet. Dat is de goede kant. Maar het kan ook de andere kant op gaan. Ne zoals bij Ananias een Safira. Ze deden dingen die niet goed waren en boem bats, ze waren in één klap dood. Daar was geen genade meer voor en ik ben zo bang dat dat ook bij mij zal gebeuren. Ik wil de zin van God doen, ik wil Hem geen verdriet geven. Maar misschien hoort Hij me niet, omdat ik Hem heb zo lang heb laten roepen. En wat is echt spijt hebben? Heb ik dat wel? Ik moet zondekennis hebben... anders kan ik niet bekeerd worden. Ik heb geen recht op God...
Hoe moet ik tot Hem komen. Ik hoor dat niet in de kerk
Alsjeblieft geen onweer meer.
O en ik heb alles wat ik geleend had, teruggegeven op school. Ook de tien gulden van een half jaar terug. S. wist niet eens meer dat ik het van haar geleend had maar ik wel. Ik wil niet meer zondigen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten