Uit mijn dagboek
9 juli 1979
Oom Johan heeft longkanker. Toen hij bij ons was nam hij steeds pijnsillers in de keuken. Nu weten we waar de pijn vandaan komt. In het ziekenhuis toen kreeg hij een ruggeprik. Maar dat ging mis, want gelijk met die spuit kreeg hij een hersenbloeding en een hartstilstand. De dokter zei dat het niet lang meer zou duren. Zijn linkerkant is verlamd, maar hij kan zijn andere been en arm wel bewegen. Hij kan ons horen. Tante Martha moest bij hem blijven.
Ik was er ook een keer toen hij wakker was. Hij zei dat we ons moesten verstoppen voor de vliegtuigen en was heel bang. Hij riep: bukken,bukken, dus deden we het maar. Dat was eng. Hij zag er mager uit met van die grote ogen. Gelukkig is hij nu bekeerd, dat is fijn. Hij is niet van onze kerk maar een ouderling van onze kerk gelooft dat het echt is
6 oktober 1979
Mijn zus Ria heeft een baby gekregen. Hij heet Johnny. En wij hebben een hond gekocht, een Belgische herder. Hij heet Grompie. Oom Johan ligt op sterven. Mama gaat er heel vaak heen, met meester Hogchem in de eend. Hij brengt haar dan naar het Sint Antonia ziekenhuis in Rotterdam. Oom Johan was een kettingroker. Ik heb de foto's van zijn longen gezien en wil nooit nooit nooit roken
12 december 1979
Wat heeft het lang geduurd voordat ik weer schreef. Ik heb veel te vertellen. Oom Johan is op 2 november gestorven. Mama zei dat het een mooie begrafenis was. Het is zo erg voor Miranda en mijn neven. Ze missen hem. Alles is naar, ook in de wereld.
Oom Johan heeft longkanker. Toen hij bij ons was nam hij steeds pijnsillers in de keuken. Nu weten we waar de pijn vandaan komt. In het ziekenhuis toen kreeg hij een ruggeprik. Maar dat ging mis, want gelijk met die spuit kreeg hij een hersenbloeding en een hartstilstand. De dokter zei dat het niet lang meer zou duren. Zijn linkerkant is verlamd, maar hij kan zijn andere been en arm wel bewegen. Hij kan ons horen. Tante Martha moest bij hem blijven.
Ik was er ook een keer toen hij wakker was. Hij zei dat we ons moesten verstoppen voor de vliegtuigen en was heel bang. Hij riep: bukken,bukken, dus deden we het maar. Dat was eng. Hij zag er mager uit met van die grote ogen. Gelukkig is hij nu bekeerd, dat is fijn. Hij is niet van onze kerk maar een ouderling van onze kerk gelooft dat het echt is
6 oktober 1979
Mijn zus Ria heeft een baby gekregen. Hij heet Johnny. En wij hebben een hond gekocht, een Belgische herder. Hij heet Grompie. Oom Johan ligt op sterven. Mama gaat er heel vaak heen, met meester Hogchem in de eend. Hij brengt haar dan naar het Sint Antonia ziekenhuis in Rotterdam. Oom Johan was een kettingroker. Ik heb de foto's van zijn longen gezien en wil nooit nooit nooit roken
12 december 1979
Wat heeft het lang geduurd voordat ik weer schreef. Ik heb veel te vertellen. Oom Johan is op 2 november gestorven. Mama zei dat het een mooie begrafenis was. Het is zo erg voor Miranda en mijn neven. Ze missen hem. Alles is naar, ook in de wereld.

Wat mooi om jouw levensgeschiedenis/achtergrond te leren kennen. Was jouw zus Ria veel ouder dan jij?
BeantwoordenVerwijderenOh... klopt het jaartal wel bij 12 december? Moet dat niet 1979 zijn in plaats van 1967? Of heb ik niet goed gelezen? Kan ook natuurlijk 😉